Wereldwijde bijensterfte geeft voedingstekorten

Wereldwijde bijensterfte geeft voedingstekorten

COMBI VITAAL | 12 mei 2015
Honingbijen en Wereldwijde bijensterfte geeft voedseltekortenhommels bestuiven groente- en fruitgewassen. Voor hun stuifmeel en nectar zijn ze afhankelijk van bloemen. Het landschap raakt meer en meer versnipperd en gewassen worden eenzijdiger geteeld. Hierdoor is het onder andere voor de bijen en hommels steeds moeilijker om voedsel te vinden. Ook de massale wintersterfte zorgt voor een krimpende populatie aan hommels en bijen. Vooral in ontwikkelingslanden zal de wereldwijde bijensterfte steeds meer voedingstekorten geven.

Waardoor verdwijnen bijen en hommels?

Er zijn vele oorzaken voor de wereldwijde bijensterfteEr is niet één oorzaak van de wereldwijde bijensterfte. Naast de massale wintersterfte spelen meerdere factoren een rol: de afname van bloeiende planten en bloemen, pesticiden (vooral neonicotoïden), mijtenziekten zoals de parasitaire varroamijt (Varroa destructor), genetische verzwakking, klimaatverandering en milieuvervuiling. Maar ook de ziekteverwekkende parasiet Nosema (Nosema ceranae), genetisch gemodificeerde gewassen, de uitwisseling van bijenvolken tussen landen en werelddelen en het aantal afnemende professionele imkers dragen bij aan de wereldwijde bijensterfte. Hierdoor gaat de bijenpopulatie er zo op achteruit dat ze uit sommige milieus dreigen te verdwijnen.

Bijensterfte verlaagt de inname van vitamine A en foliumzuur

Niet alleen in Nederland of andere ‘ontwikkelde’ landen is de voedselproductie afhankelijk van bestuiving door bijen, hommels en andere insecten. Ontwikkelingslanden zoals Afrika zullen de eersten zijn die de negatieve effecten van de wereldwijde bijensterfte zullen merken.

Percentage van de populatie die ondervoed isOnderzoekers aan de universiteit van Harvard en Vermont onderzochten de relatie tussen bijensterfte en voedingstekorten. Voor hun onderzoek verzamelden zij gegevens van eetgewoonten in Zambië, Mozambique, Oeganda en Bangladesh. Zij berekenden dat de inname van vitamine A en foliumzuur aanzienlijk zal dalen. Als er niets aan wordt gedaan, zullen blindheid en geboortedefecten hierdoor toenemen.

Qua calorieën is er wel genoeg voedsel, maar het aanbod is te eenzijdig en voorziet niet in alle voedingsstoffen. Dit wordt ook wel de ‘hidden hunger’ genoemd. Deze ‘verborgen honger’ kan het risico op zwangerschapsdood en chronische infectie(ziekten) verhogen, het IQ verlagen en nachtblindheid, goiter (een vergrote schildklier) en bloedarmoede door een ijzertekort doen toenemen.

Help de bijen en hommels

Misschien denk je: “Ach, het geeft alleen voedseltekorten in ontwikkelingslanden, dus wat heb ik daar mee te maken?” Een heleboel! De wereldwijde bijensterfte heeft uiteindelijk ook effect op wereldniveau. Wat kun je daarom doen om de bijen en hommels te helpen?insects-hotel-525415_640

Bijen en hommels hebben een afwisselend voedselaanbod van bloemen en bloeiende planten nodig. Het liefst in de buurt van de bijenkasten of een insectenhotel. Om te kunnen overleven, is het voor de bijen noodzakelijk dat er het hele jaar door bloeiende planten en bloemen beschikbaar zijn. In de lente, zomer en herfst is dit meestal niet zo’n probleem. Vooral in de winter is het een uitdaging. Plant daarom winterbloeiers zoals Camellia’s (Japanse roos), winterviooltjes, sneeuwballen (Viburnum), een Sierkers (Prunus x subhirtella) of Rhodondeneron in je tuin.

Voor het vinden van voedsel, moeten bijen en hommels steeds verder weg vliegen. Om de bijen een handje te helpen, worden tegenwoordig bermen en braakliggende gronden ingezaaid met drachtplanten. Dit zijn planten die nectar en/of pollen (en dus stuifmeel) leveren. Voorbeelden hiervan zijn: Margriet, Duizendblad, Koolzaad, Campanula soorten en keukenkruid zoals Wilde Tijm en Salie.

Help jezelf aan voedsel door de bijen te voorzien in voedsel. En daarbij staat een geurend(e) en kleurrijk(e) tuin of balkon ook heel gezellig!

Literatuur en links:

Ellis AM, Myers SS, Ricketts TH. Do pollinators contribute to nutritional health? PLoS One. 2015 Jan 9;10(1):e114805