Voeding voor de bindweefsels

‘Voeding voor de bindweefsels’ gepubliceerd op Natuur Diëtisten Nederland

Bindweefselaandoeningen zijn zeer complex. Er zijn vele verschillende oorzaken die tot bindweefselaandoeningen kunnen leiden. Een onstekingscascade die op gang komt, kan door voeding en (natuurlijke) ontstekingsremmers bijgestuurd worden.

Sterk bindweefsel voorkomt ‘uiteenvallen’

Bindweefsel is rekbaar weefsel dat overal in het menselijk lichaam voorkomt. Dankzij de vezelelementen houdt het alle onderdelen van uw lichaam bij elkaar, zoals de cellen van uw huid, gewrichten, spieren en organen. Naast het geven van steun en het verbinden van organen, heeft bindweefsel meer functies.

Deze functies lopen uiteen van het bieden van bescherming tot het omhullen van de lichaamsdelen, isolatie en transport. Het bindweefsel beschermt de organen en kapselt onder andere zenuwen, bloedvaten en lymfbanen in. Het verbindt de huid met de spieren, hecht spieren aan beenderen (door middel van pezen) en bedekt bloedvaten. Bindweefsels spelen een grote rol in vele ziektes en aandoeningen, waarvan de oorzaken vaak moeilijk aantoonbaar zijn.

Bindweefselaandoeningen

Aandoeningen van de huid zoals het snel krijgen van blauwe plekken, striae, pigmentstoornissen, eelt of chronische zweren hebben te maken met het bindweefsel. Maar ook reumatoïde artritis, nek- en rugklachten, osteoporose, fibromyalgie, jicht en heupfrachturen kunnen uit bindweefselziektes voortkomen.

Bindweefselaandoeningen zijn zeer complex en kunnen zich uiteindelijk uiten in ziekten, pijn, veranderingen en functieverlies van de spieren, pezen, botten en gewrichten. Er zijn vele verschillende oorzaken die tot bindweefselaandoeningen kunnen leiden. Voorbeelden hiervan zijn verwondingen, infecties, acute ziekten, misvorming van de huid en aandoeningen zoals suikerziekte.

Stress als gemeenschappelijke deler

Stress speelt onder andere een grote rol als veroorzaker en dit is wat de meeste mensen met bindweefselaandoeningen gemeenschappelijk hebben. Stress in de vorm van spanning, maar ook in de vorm van fysieke uitputting en biochemische ontregeling van het lichaam door verkeerde voedingsgewoonten.

Fysieke uitputting van het lichaam, bijvoorbeeld door het plegen van (vaak jarenlange) roofbouw op het lichaam, resulteert veelal in een lege ‘accu’ (uitgeputte bijnieren), waardoor bindweefselontstekingen sneller ontstaan. Maar ook het regelmatig maken van lange autoritten, slapen op een te zacht matras of een gebrek aan de juiste beweging kan hieraan bijdragen. Stress in de vorm van emotionele spanning zoals angst, ongerustheid en frustratie kan ervoor zorgen dat spieren(onbewust) verkrampen. Door een verkeerde houding en chronisch gespannen spieren kan bindweefsel ontstoken raken.

Bindweefselontsteking

Bindweefselontsteking is een samenvattende benaming voor allerlei ontstekingsachtige aandoeningen van het bindweefsel. Klachten die vaak genoemd worden zijn plaatselijke spierpijn, pijn die voelt alsof er een blauwe plek zit, ‘spierknopen’ of een afgeleide pijn in de buurt van de zere plek zoals uitstralingspijn. Deze klachten komen vaak voor in de rug, nek of schouders.

Eén van de belangrijkste wijzen waarop ontsekingen, pijn en zwellingen ontstaan, is de inname van het omega-6 vetzuur arachidonzuur. Via twee enzymatische processen (de zogenaamde COX en 5­lipo) worden ontstekingsreacties, zwellingen en pijn op gang gebracht Door deze enzymatische omzettingen ontstaan het prostaglandine PGE2 en LTB4. Beidenzijn verantwoordelijk voor ontsteking en pijn.

Deze cascade die op gang komt kan door voeding en (natuurlijke)ontstekingsremmers bijgestuurd worden.Eén van de belangrijkste stoffen is arachidonzuur, die ontstekingen, zwellingen stijfheid en pijn kan geven. Arachidonzuur, dat ook in hoge mate voorkomt in vlees. Minder vlees(producten) eten, is dan ook de kortste weg naar minder ontstekingen en pijn. Ook pinda’s en arachideolie bevatten vetzuren die ontstekingsbevorderend zijn.

Andere voedingstoffen, die ontstekingen uitlokken, zijn geraffineerde producten zoals: wit brood, witte suiker, supermarktoliën, margarines, industrieel bewerkte voeding. Veel bewerkte en geraffineerde producten missen ook nog eens bepaalde belangrijke voedingsstoffen, waardoor zij ontstekingen uitlokken.

Ontstekingsremmende voeding

Alle plantaardige extra vierge oliën uit de omega-3 familie, zoals lijnzaad, walnoot, hennep en in het bijzonder perilla werken ontstekingsremmend. Perilla-olie wordt al eeuwen gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde en in de Ayurveda bij ontstekingen en allergieën. Omega-3 vetzuren onderdrukken de aanmaak van ontstekingsbevorderende substanties uit arachidonzuur.

Verder zijn er nog ontstekingsremmende kruiden. Deze bevatten zeer krachtige stoffen, die onstekingen, pijn, zwellingen en ochtendstijfheid daadwerkelijk afremmen. De belangrijkste kruiden hiervoor zijn gember, kurkuma (geelwortel), rozemarijn, kamille, kruidnagel, kaneel en koriander. Combinatie van omega-3 en ontstekingsremmende kruiden zijn samen effectiever dan ieder apart. Ook groenten en fruit met een hoge ORAC waarde remmen ontstekingsreacties af.

Lage vitamine D-status bij systemische sclerodermie

Bij mensen met systemische sclerodermie komt vaak een vitamine D-deficiëntie voor. Daarnaast blijkt een tekort aan Vitamine D tot een toename van klachten te leiden. Systemische sclerodermie is een verharding van bindweefsel in de huid. Het komt vooral voor aan de voeten, handen en in het gezicht, maar kan ook organen aantasten zoals de nieren, longen en het hart.

Voor de studie werd bij 65 patiënten met deze ziekte de vitamine D-concentratie bepaald. Een concentratie tussen 25 en 75 nmol/L werd als onvoldoende en een concentratie kleiner dan 25 nmol/L werd als deficiënt beschouwd. De deelnemers hadden vanaf een jaar voor aanvang van de studie geen vitamine D-suppletie gehad.

De gemiddelde vitamine D-concentratie was 39,5 nmol/L. Slechts 3 patiënten hadden een normale concentratie terwijl een onvoldoende en deficiënte concentratie gevonden werd bij respectievelijk 66% en 29% patiënten. Mensen met een tekort hadden een duidelijk langere ziekteduur (13,1 versus 9,4 jaar) dan diegenen met een onvoldoende vitamine D-status. Tevens bleek de diffusiecapaciteit van de longen voor koolmonoxide significant verminderd en was de arteriële druk in de longen significant hoger. De CRP (ontstekingsmarker) in het bloed was eveneens hoger.

Bij mensen met systemische sclerodermie is vaak sprake van een vitamine D-tekort. Een tekort leidde tot een toename van vooral longklachten. Vervolgstudies zijn nodig om het effect van vitamine D-suppletie bij systematische sclerose te onderzoeken.

OPC (oligomere proanthocyanidinen)

De oligomere proanthocyanidinen (OPC’s) zijn krachtige bioflavonoïden uit druivenpitten. OPC’s zijn opgebouwd uit eenheden catechine en epicatechine. Zij behoren tot de meest krachtige natuurlijke antioxidanten en zijn daarmee breed inzetbaar tegen vrije radicalen. OPC’s beschermen collageen- en elastinerijke bindweefselstructuren zoals bloedvaten tegen vrije radicalen en houden (slag)aderen sterk en soepel. Ook bevorderen OPC’s het herstel na sportblessures. OPC’s ondersteunen onder meer de conditie van het oog, de gewrichten, het hart en de bloedvaten en de hersenen. Daarnaast bevorderen OPC’s een evenwichtige immuunrespons.

OPC is een vele malen krachtiger antioxidant dan vitamine C (20x), vitamine E (50x) en bètacaroteen en heeft een vitamine C-sparend effect. OPC (in-vitro) remt de activering van nuclear factor-kappa B (NF-kB) in macrofagen. Dit betekent dat OPC invloed heeft op chronische ontstekingsziekten. NF-kB omvat een belangrijke groep induceerbare transcriptiefactoren die de afweer en ontstekingsrespons reguleren.

Activering van macrofagen leidt via activering van NF-kB tot de vorming en afgifte van ontstekingsmediatoren, waaronder stikstofmonoxide (NO), PGE2 en cytokines (IL-1bèta,IL-2, IL-6, IL-8, TNF-alfa). Deze ontstekingsmediatoren (en radicalen) activeren op hun beurt NF-kB. Dit leidt tot versterking van de ontstekingsreactie en het ontstaan van chronische ontstekingen.

OPC remt overproductie van ontstekingsmediatoren, met name NO en PGE2. OPC remt de synthese van NO door ontstekingscellen beter dan aspirine, indomethacine en dexamethason.
OPC bevordert de wondheling van huid en slijmvliezen. Ook stimuleert OPC de collageensynthese en ondersteunt het de vorming van (vaatrijk) granulatieweefsel. Daarnaast verhoogt het de gentranscriptie van VEGF (vascular endothelial growth factor) in keratinocyten. Hierdoor wordt de re-epithelialisatie verbetert.

Proanthocyanidine komt voor in druivenpitten en in de schil van blauwe druiven. Maar ook in rode wijn, vooral van Vitis vinifera. Zwarte bessen, groene- en zwarte thee bevatten ook proanthocyanidine. Verschillende andere planten met donkere bessen bevatten het ook.

Gehalte aan proanthocyanidinen (mg/100 gram)

  • Kaneel 8108 mg
  • cacaopoeder 1373 mg
  • bruine bonen 563 mg
  • hazelnoot 501 mg
  • cranberry 418 mg
  • wilde blauwe bes 329 mg
  • aardbei 145 mg
  • appel (red delicious) 128 mg
  • druif 81 mg
  • framboos 30 mg
  • cranberry sap 13 mg

De grondsubstantie van bindweefsels

De ruimten tussen de cellen en vezels wordt opgevuld door zogenaamd ‘grondsubstantie’. Dit ongestructureerde materiaal bestaat uit vloeistof tussen de cellen, adhesie-eiwitten en proteoglycanen. De adhesie-eiwitten fungeren als een soort lijm wat ervoor zorgt dat de cellen zich kunnen hechten.

Proteoglycanen bestaan uit een eiwit waaraan glycosamineglycanen (GAG) vastzitten. Belangrijke GAG in bindweefsels zijn chondroitine, keratansulfaten en hyaluronzuur. Hoe hoger de GAG-concentratie, hoe stroperiger of taaier de grondsubstantie. Hierdoor kunnen grote hoeveelheden water worden vastgehouden. Maar ook fungeert dit als een soort zeef waarmee nutriënten en afvalstoffen tussen de cellen en het bloed uitgewisseld kunnen worden.

Soorten vezeltypes

Bindweefsel bestaat voor een groot deel uit vezels en naar verhouding uit weinig cellen. Het is verspreid door het hele lichaam. Bindweefsel wordt in drie verschillende vezeltypes ingedeeld:

  • Collagene vezels
  • Reticulaire vezels
  • Elastische vezels

Het eiwit collageen is nodig voor de opbouw van collagene weefsels. Deze weefsels hebben een vergelijkbare trekvastheid als die van staal. Deze vezels kunnen dan ook niet oneindig uitgerekt worden, waardoor het lichaam zijn vorm behoudt.

Een variant van de collagene vezels zijn de reticulaire vezels. Deze fijnere vezels zorgen voornamelijk voor ondersteuning van de beenmergcellen en de organen. Reticulaire vezels zijn veelal te vinden in de lymfatische organen zoals de milt en de lymfeklieren en zijn een soort ‘opvulmiddel’ tussen de organen.
Elastische vezels zijn nog fijner en zeer rekbaar. Hun vertakkingen vormen een heel netwerk. Deze vezels komen voor in wanden van bloedvaten, die zeer rekbaar moeten zijn.

Bindweefseltypes

De drie soorten vezeltypes vormen de basis voor de samenstelling van verschillende soorten bindweefsel. Bindweefsel wordt in vijf verschillende types ingedeeld:

  • Losmazig bindweefsel
  • Elastisch bindweefsel
  • Straf bindweefsel
  • Mucoïd bindweefsel
  • Vet, bloed en lymfe

De combinatie van collagene en elastische vezels is de basis van losmazig bindweefsel. Dit weefsel treft men het meest aan in het lichaam. Het is rekbaar, eenvoudig te vervormen en geeft steun aan zenuwcellen, bloedvaten en spieren. Een netwerk van reticulaire vezels zorgt voor reticulair bindweefsel dat organen zoals de lever en de milt ondersteunt.

Elastische vezels vormen de basis voor elastisch bindweefsel dat vooral rondom organen zit die behoorlijk moeten kunnen worden uitgerekt. Naast de longen, huid en bloedvaten zoals slagaders is dit bindweefsel ook aanwezig in de gewrichtsligamenten die twee botdelen met elkaar verbinden.

Bundels collageenvezels zijn de bouwstenen van straf bindweefsel. Dit weefsel is relatie stijf, moeilijk uitrekbaar en is aanwezig in kapsels om organen en pezen.

Mucoïd bindweefsel is geleiachtig en voorkomt het afknellen van bloedvaten. Dit weefsel bevat een overmaat aan hyaluronzuur in de grondstubstantie en vormt bijvoorbeeld de basis van de navelstreng.

De drie bijzondere bindweefsels vet, bloed en lymfe hebben ieder een speciale functie. Het vetweefsel vervult, naast de belangrijke rol als voedselreserve, soms ook een mechanische functie zoals de ondersteuning van de oogbol. Bloed en lymfe kunnen door hun vloeibare staat door het lichaam rondstromen. Op die manier zorgen ze dat bepaalde weefsels in het lichaam met elkaar kunnen communiceren doordat ze signaalstoffen zoals hormonen vervoeren.

Bouwstoffen voor de bindweefsels: Glycosaminoglycanen (GAG’s)

Proteoglycanen zijn bepaalde macromoleculen, die structuur geven aan bindweefsels, kraakbeen. Ook dienen ze als smeermiddel in gewrichten en de oogkamer, vormen een beschermlaag op het darmepitheel en de ‘coating’ op celmembranen. Proteoglycanen zijn onder andere opgebouwd uit glycosaminoglycanen (GAG’s). Voorbeelden van GAG’s zijn: hyaluronzuur, chondroïtinesulfaat en keratansulfaat, heparine, heparansulfaat, dermatansulfaat. Glycosaminoglycanen komen van nature voor in het menselijk lichaam en zijn belangrijke bouwstenen van de macromoleculen in de huid en bind- en steunweefsels.

Hyaluronzuur
Hyaluronzuur is een bouwsteen van onder andere synoviale vloeistof, het glasachtig lichaam (aanwezig in het oog) en de bindweefsels. De aanmaak van hyaluronzuur kan worden gestimuleerd door N-acetyl-D-glucosamine te slikken.

Chondroïtinesulfaat
Chondroïtinesulfaat is een bouwsteen van onder andere het kraakbeen, de botten en de hartkleppen. Ook chondroïtinesulfaat is door middel van suppletie aan te vullen.

Keratansulfaat
Keratansulfaat is een bouwsteen van onder andere het hoornvlies en de botten.

Heparansulfaat
Heparansulfaat is een bouwsteen van onder andere basaalmemebranen en componenten van celoppervlakken.

Heparine
Heparine is een bouwsteen van onder andere intracellulaire granules van mestcellen in de wanden van arteriën van longen, lever en huid.

Dermatansulfaat
Dermatansulfaat is een bouwsteen van onder andere de huid, bloedvaten en hartkleppen.

Overige bindweefselversterkers

Een combinatie van MSM, glucosaminesulfaat en de co-factoren vitamine C en mangaan, ondersteunen de opbouw en regeneratie van het kraakbeen, de bindweefsels en de slijmvliezen. Ze hebben eveneens anti-inflammatoire eigenschappen. MSM en glucosaminesulfaat zijn ook nodig bij de wondgenezing en het herstel bij reumatische ziektebeelden en sportblessures.

Methylsulfonylmethaan (MSM)

MSM is een organische zwavelverbinding die van nature voorkomt in de voeding en de weefsels van de mens. Het is aangetoond dat MSM voor de mens een belangrijke bron van biologisch beschikbare zwavel is. Proteïnen, enzymen, antilichamen, diverse hormonen, spieren, bindweefsel en de keratine-eiwitten in de huid, nagels en haren bevatten bijvoorbeeld relatief veel zwavel. Eén procent van ons lichaamsgewicht is overigens afkomstig van zwavel. Als zwaveldonor kan MSM tevens de synthese van zwavelbevattende aminozuren zoals cysteïne en glutathion ondersteunen en daarmee de ontgiftiging (onder andere in de lever) en uitscheiding van diverse toxische stoffen en zware metalen stimuleren.

Een absoluut of relatief tekort aan zwavel of een gebrekkige zwaveloxidatie kan een rol spelen bij aandoeningen die reageren op MSM-suppletie. MSM is een goede zwaveldonor; zwavel is een belangrijk structureel bestanddeel van bindweefsel zoals kraakbeen en huid en zorgt dat dit soepel en sterk blijft (door disulfide bruggen). Verse groenten en vers fruit bevatten zwavel in de vorm van MSM, maar verliezen dit mineraal wanneer het voedsel wordt bewaard of bewerkt (bijvoorbeeld wanneer het wordt verhit).

Molybdeen met MSM samen werkt nog beter

Het is bekend dat het zeldzame mineraal molybdeen belangrijk is voor het menselijk lichaam. Recentelijk is een positieve relatie met MSM aan het licht gekomen. De meeste mensen kunnen hoge doseringen MSM goed verdragen. Een kleine groep kan echter milde bijverschijnselen (zoals buikkrampen en diarree) ontwikkelen indien méér dan 2-3 gram per dag wordt ingenomen. Deze verschijnselen zijn onschuldig van aard en verdwijnen zodra de dosis weer wordt verlaagd. Er komen steeds meer aanwijzingen dat dergelijke bijverschijnselen niet optreden indien tegelijk met MSM ook molybdeen wordt ingenomen.

Silicea (kiezelzuur) voor stevigheid, elasticiteit en flexibiliteit

Planten danken hun structurele stabiliteit aan de stof silicea, oftewel kiezelzuur. Het is het op één na meest voorkomende element in de aardkorst: een spoorelement dat nog al te veel wordt onderschat. In de natuur wordt het overal aangetroffen waar nood is aan stevigheid, elasticiteit en flexibiliteit.

Voor veel planten en dieren is het een essentiële bouwsteen die zorgt voor een stabiele vorm, zoals in diatomeeën, de stelen en bladeren van paardenstaart of in de stengels van de bamboeplant. Bij de ontwikkeling van onze silicea-producten zijn deze versterkende eigenschappen bruikbaar gemaakt voor de mens.

Als kiezelzuur een spoorelement wordt genoemd, verwijst dat niet naar de hoeveelheid waarmee de stof voorkomt in de natuur, maar naar de concentratie ervan in menselijke weefsels. Hoewel ons lichaam in totaal nauwelijks 1,4 gram kiezelzuur bevat, is het element in bijna elke cel aanwezig en dan vooral in snelgroeiende cellen zoals die van de huid, haren en nagels.

Bij het ouder worden daalt de hoeveelheid kiezelzuur in het lichaam. Ook de elasticiteit en de veerkracht van het bindweefsel nemen af en de bindingscapaciteit ten opzichte van water verzwakt. Kiezelzuur stimuleert het vermogen van de huid om water te binden en heeft een gunstige invloed op het metabolisme van de huid. Tegelijkertijd helpt het bij de ontwikkeling van bindweefsel en bevordert het de groei van haar en nagels. Omdat het menselijk lichaam hiervoor kiezelzuur nodig heeft, moet dit voortdurend worden aangevoerd via de voeding.

De volgende voedingsmiddelen bevatten silicea: aardbeien, abrikozen, asperges, alle soorten granen (vooral haver, gierst en gerst), appels, hazelnoten, komkommer, kool en perziken. Maar ook peterselie, brandnetel, pruimen, pijnboompitten, sla, spinazie, uien, vijgen, waterkers, eidooiers en melk zijn rijk aan silicea.

Mangaan

Mangaan is een mineraal dat voor allerlei biochemische reacties een noodzakelijke cofactor is en in het bijzonder voor een goede opbouw van botten, kraakbeen en bindweefsel. De meeste rijke mangaanbronnen zijn: eidooier, zilvervliesrijst, verse noten zoals amandelen, walnoten, hazelnoten en zaden zoals zonnebloempitten. Mangaan wordt vrij slecht opgenomen vanuit de voeding in het maag-darmkanaal. De opname wordt onder meer geremd door calcium, fosfaat (zoals bij overmatig melk en vlees gebruik), ijzer en fytinezuur (volkoren- en meergranenbrood).

Mangaan is in het bijzonder belangrijk voor enzymsystemen die betrokken zijn bij de opbouw en regeneratie van bind- en steunweefsel, kraakbeen, het skelet en de slijmvliezen. Zo ook bij de slijmvliezen van het maag-darmkanaal. Voor de normale groei en ontwikkeling van de foetus is mangaan, naast foliumzuur en DHA, essentieel. Mangaan wordt geassocieerd met een groot aantal enzymen die op zeer uiteenlopende gebieden van het metabolisme van de mens een rol spelen. Het enzym dat membranen beschermt tegen vrije radicaalschade is onder andere afhankelijk van mangaan.

Iedereen die blessuregevoelig is, zwakke enkel- en kniebanden heeft, meer kraakbeenafbraak heeft dan normaal, snel ontstoken slijmvliezen en een zwakke rug kan naast MSM, glucosamine, chondroitine, en vitamine C kan dus ook denken aan het mineraal mangaan.

Glucosamine breed inzetbaar

Glucosamine is een lichaamseigen stof die tot de groep aminosuikers behoort. Het is een verbinding tussen glucose en het aminozuur glutamine. In gezonde omstandigheden wordt glucosamine gemaakt door chondrocyten (kraakbeencellen) met behulp van het enzym glucosaminesynthase. Bij stijgende leeftijd lijkt de activiteit van dit enzym te verminderen, waardoor de eigen aangemaakte hoeveelheid glucosamine afneemt.

Glucosamine wordt meestal gemaakt uit chitine, een belangrijk bestanddeel van het pantser van schaaldieren zoals garnalen, kreeften en krabben. Een vegetarische variant wordt gemaakt uit paddenstoelen. De klinische toepasbaarheid van glucosamine is momenteel vooral bij gewrichtsaandoeningen, maar mogelijk is er een breder indicatiegebied voor te vinden.

Glucosaminesulfaat is ook nodig voor de synthese van andere GAG’s. Deze GAG’s zijn een integraal onderdeel van bindweefselstructuren op diverse plekken in het lichaamzoals de huid, darmwand, bloedvaten en het tandvlees. Het zou dan naast gewrichtsaandoeningen (atrose) ook toepasbaar kunnen zijn bij aambeien, spataderen, decubitus, terugtrekkend tandvlees, wondgenezing (vooral na operaties) en darmontstekingen.

Knoflook (diallyldisulfide) geeft minder kans op artrose

Dit laat een studie zien, waaraan 1000 gezonde vrouwelijke tweelingen deelnamen. De vrouwen hadden een gemiddelde leeftijd van 59 jaar. Met behulp van vragenlijsten werd informatie verkregen over hun voedingspatroon. Ook werd bepaald of sprake was van artrose in de handen, heupen en knieën.

Na correctie voor de BMI bleek dat voeding met veel groenten en fruit leidde tot significant minder artrose in de heupen. Fruit (uitgezonderd de citrusvruchten) en looksoorten zoals knoflook en uien gaven de meeste bescherming. De onderzoekers ontdekten dat de stof diallyldisulfide in knoflook en andere looksoorten de werking remt van bepaalde enzymen die betrokken zijn bij artrose.

Verbetering artritis door glucosamine en wandelen

Mensen met artrose in de knieën of heupen, hebben baat bij glucosamine in combinatie met een wandelprogramma van minimaal 30 minuten per dag zo ongeveer drie dagen van de week. Aan een studie namen zesendertig personen deel in de leeftijd van 42 tot 73 jaar. De deelnemers waren lichamelijk inactief. Ze werden gedurende zes weken behandeld met 1500 mg glucosaminesulfaat.

Daarna werd de behandeling gecontinueerd terwijl ze gedurende 12 weken deelnamen aan een wandelprogramma. Ze werden verdeeld in twee groepen waarbij de proefpersonen in de eerste groep drie dagen per week moesten wandelen. De personen in de tweede groep wandelden vijf dagen per week. Met behulp van een stappenteller werd het aantal stappen geregistreerd.

De eerste zes weken moesten de proefpersonen een minimum van 3000 stappen per dag halen en in de laatste zes weken een minimum van 6000 stappen. Na 6, 12, 18 en 24 weken werden gegevens verzameld over de lichamelijke activiteit en het lichamelijk functioneren. Daarnaast werd met behulp van de WOMAC-osteoartritis-index de mate van pijn, stijfheid en het functioneren vastgesteld.

Tijdens de eerste zes weken van de studie, waarbij de proefpersonen alleen behandeld werden met glucosamine, verbeterden significant de lichamelijke activiteit en het functioneren evenals de score op de WOMAC-index. Tussen de start van het wandelprogramma en het einde van de studie (na 24 weken) verbeterden deze parameters nog meer. De beste resultaten werden gevonden tussen de 6e en 12e week. Er werd geen verschil waargenomen tussen beide wandelgroepen.

Een wandelprogramma bestaande uit minimaal 3000 stappen per dag (ongeveer 30 minuten) op minimaal drie dagen van de week in combinatie met 1500 mg glucosaminesulfaat vermindert symptomen gerelateerd aan artrose. Vervolgstudies met een groter aantal proefpersonen zijn gewenst om deze resultaten te bevestigen.

Lysine en het effect op de bindweefsels

Naarmate de leeftijd stijgt, produceert de hypofyse steeds minder groeihormoon. Daardoor wordt de capaciteit om te regenereren (bijvoorbeeld bindweefsel, musculatuur, botweefsel en wondgenezing) steeds minder. L-Lysine blijkt groeihormoonstimulerend te werken in combinatie met L-arginine.

L-Lysine vervult vele functies in het lichaam. Het is geconcentreerd in spierweefsel en helpt bij de absorptie van calcium vanuit het maag-darmkanaal. Ook bevordert het de botaanmaak en de vorming van collageen, wat nodig is voor de bindweefsels. Vitamine C is nodig bij de omzetting van lysine in hydroxylysine, wat vervolgens wordt ingebouwd in collageen. Lysine komt voor in vlees, gevogelte, vis, melk, kaas, tarwekiemen en avocado. Vegetariërs hebben vaak een lysinedeficiëntie, omdat dit aminozuur sterk ondervertegenwoordigd is in bepaalde granen-eiwitten.

Bij een lysinetekort is het raadzaam arginine-rijke voedingsmiddelen in uw deet te verlagen. Voedingsmiddelen die veel arginine bevatten zijn onder andere: chocola, carob, noten en zaden, pinda’s, kokosnoot, haver, gelatine, uien en champignons.

Lysine-arginine-verhouding

Voedingsmiddelen met een goede lysine-arginine-verhouding zijn: bonen, gierst, avocado, biergist, taugé en dierlijke eiwitten zoals vis, kip, rundvlees, lamsvlees, melk, kaas en eieren. Ook de meeste groenten hebben een lysine overschot ten opzichte van arginine. Vitamine C en bioflavonoïden hebben een beschermend effect op het lysinegehalte in het lichaam.

Voeding die de bindweefsels negatief beïnvloedt

Natuurlijk is het belangrijk om variërend te eten en te drinken. Afhankelijk van uw klachten of bindweefselaandoeningen kunt u letten op het gebruik van suiker, koffie, zwarte thee, alcoholische dranken zoals bier en wijn. Maar ook varkensvlees, geraffineerde producten zoals wit brood, koekjes en witte rijst of spaghetti, chocolade, pinda’s en pindakaas kunnen een negatieve invloed hebben op de bindweefsels.

Voeding met voldoende bouwstoffen voor de bindweefsels

Voldoende groenten (minimaal 500 gram biologische groenten), volle granen, zilvervliesrijst, peulvruchten, bonen en het drinken van voldoende (bron)water zorgen ervoor dat er een gezond bindweefsel gevormd kan worden. Maar ook geiten- of schapenyoghurt, hazel-, walnoten en amandelen, vissoorten kunnen een positief effect hebben op uw bindweefsels.

Mediterraans eten verlicht klachten reumatoïde artritis

Een mediterraans dieet, bestaande uit veel groente, fruit en bepaalde oliën, verlicht de gewrichtsklachten bij reumatoïde artritis. Dit bleek uit een onderzoek bij achtentwintig Zweedse patiënten met deze klachten. Het doel van de studie van dr. Lars Skoldstam van het Visby Hospital in Zweden was om te onderzoeken of een mediterraans dieet de gewrichtsklachten van patiënten met reumatoïde artritis verlicht.

Alle éénenvijftig patiënten die meededen aan het onderzoek hadden tenminste twee jaar reumatoïde artritisklachten. Ze kregen hiervoor medicatie. Ze werden willekeurig verdeeld in 2 typen dieetgroepen. De groep die het mediterraanse dieet kreeg ende groep die het westerse dieet kreeg. De eerste drie weken gebruikten de patiënten hun lunch en avondeten in de kantine van het ziekenhuis, om er voor te zorgen dat de dieeteisen nauwkeurig werden opgevolgd.

Twaalf weken moesten beide dieten worden gebruikt. Men werdt klinisch onderzocht na drie, zes en twaalf weken met behulp van de volgende vragenlijsten: Disease activity index (DAS28), physical function index (Health Assessment Questionnaire (HAQ) en de health survey of quality of life (Short Form-36 (SF-36). Tevens werd de inname van de medicijnen (NSAID’s) bijgehouden. Uit het onderzoek bleek dat na twaalf weken de mediterraanse dieetgroep een significant verlaagde score liet zien op de DAS28, HAQ en op twee dimensies van de SF-36

In de westerse dieetgroep werden geen significante verschillen gevonden. Het verschil tussen de groepen ontstond in de tweede helft van de dieetperiode. Conclusie van de onderzoekers: patiënten met reumatoïde artritis baat hebben bij een mediterraans dieet. Door het dieet vindt er een afname plaats in de ontstekingsactiviteit en een toename van lichamelijke activiteit en vitaliteit.

Literatuur en links:

  1. Nimni ME, Han B, Cordoba F. Are we getting enough sulfur in our diet? Nutr Metab (Lond). 2007;4:24. http://www.nutritionandmetabolism. com/content/4/1/24
  2. Oshima Y, Amie D, Theodosakis J. The effect of distilled methylsulfonylmethane (MSM) on human chondrocytes in vitro. Osteoarthritis and Cartilage. 2007;15(S3):C123.
  3. Usha PR, Naidu MU. Randomised, doubleblind, parallel, placebo-controlled study of oral glucosamine, methylsulfonylmethane and their combination in osteoarthritis. Clinical Drug Investigation. 2004;24(6): 353-63.
  4. Matsuno H, Nakamura H, [..], Kiso Y. Effects of an oral administration of glucosamine-chondroitin-quercetin glucoside on the synovial fluid properties in patients with osteoarthritis and rheumatoid arthritis. Biosci Biotechnol Biochem 2009; 73(2):288-92
  5. Cosgrove MC, Franco OH, Granger SP, Murray PG, Mayes AE. Dietary nutrient intakes and skin-aging appearance among middle-aged American women. Am J Clin Nutr 2007; 86:1225-31
  6. Caramaschi P, Dalla Gassa A, [..], Biasi D. Very low levels of vitamin D in systemic sclerosis patients. Clin Rheumatol 2010; 29(12):1419-25
  7. Williams FM, Skinner J, [..], Macgregor AJ. Dietary garlic and hip osteoarthritis: evidence of a protective effect and putative mechanism of action. BMC Musculoskelet Disord 2010; 11(1):280
  8. Ng NT, Heesch KC, Brown WJ. Efficacy of a progressive walking program and glucosamine sulphate supplementation on osteoarthritic symptoms of the hip and knee: a feasibility trial. Arthritis Res Ther 2010; 12(1):R25
  9. Skoldstam L, Hagfors L, Johansson G. An experimental study of a Mediterranean diet intervention for patients with rheumatoid arthritis. Ann Rheum Dis 2003; 62(3):208-214
  10. Khanna S, Venojarvi M, Roy S et al. Dermal wound healing properties of redox-active grape seed proanthocyanidins. Free Radic Biol Med. 2002;33(8):1089-96
  11. Terra X, Valls J, Vitrac X et al. Grape-seed procyanidins act as antiinflammatory agents in endotoxin-stimulated RAW 264.7 macrophages by inhibiting NFkB signaling pathway. J Agric Food Chem. 2007;55(11):4357-65
  12. Bagchi D, Bagchi M, Stohs S et al. Cellular protection with proanthocyanidins derived from grape seeds. Ann N Y Acad Sci. 2002;957:260-70
  13. Hyaluronan: structure, metabolism, functions, and role in wound healing.2008 Dec 2;62:651-9.

Overzichtsartikel gepubliceerd op de website van de Natuur Diëtisten Nederland

Opgedeeld in 2 artikelen:

Deel I: gepubliceerd op 7 maart 2012

 

Deel II: gepubliceerd op 14 maart 2012