Buikpijn door fructose malabsorptie

‘Buikpijn door fructose malabsorptie’ gepubliceerd op Natuur Diëtisten Nederland

Fructose of vruchtensuiker; het klinkt onschuldig, maar geeft bij sommige kinderen en volwassenen buikpijn. Er wordt dan gesproken van een ‘fructose-intolerantie’. Feitelijk is deze term incorrect omdat het meestal gaat om een fructose malabsorptie, waarbij het carriertransport zijn werk niet goed doet.

Fructose is een enkelvoudige suiker die vooral in fruit, bepaalde groenten en honing zit. Naast de vrije vorm, komt fructose ook voor in gebonden vorm zoals in di-, oligo- en polysachariden. Fructose is tevens een onderdeel van sucrose (suiker) dat na vertering door het enzym sucrase samen met glucose in dezelfde verhouding vrijkomt.

Fructose geeft buikpijn

Fructose geeft bij kinderen en volwassenen steeds vaker buikklachten. Er wordt dan gesproken van een ‘fructose-intolerantie’, maar het gaat meestal om een fructose malabsorptie.

In een onderzoek werd een groep van 245 kinderen, die voortdurend last hadden van buikpijn zonder dat de artsen er onmiddellijk een verklaring voor hadden, op een fructosevrij dieet gezet. De ziekte van Crohn of andere ernstige darmaandoening waren uitgesloten. Met de fructose waterstofademtest kan het vermoeden van een ‘fructose-intolerantie’ worden vastgesteld.

In dit onderzoek bleek de helft van de kinderen positief te reageren op de fructose waterstofademtest. Zij werden vervolgens op een fructosevrij dieet gezet. Bij twee derde van hen verdween de buikpijn. Fructose zit in vele producten, onder andere in fruit (zie meer in de pdf tabel hieronderaan het artikel). Vooral in de V.S. is het overvloedig aanwezig in het dieet wegens het gebruik van fructosesiroop als zoetmiddel.

Fructose–intolerantie en HFI

Fructose-intolerantie (een juiste term is dus fructose malabsorptie) en HFI (Hereditary Fructose Intolerance) zijn twee verschillende stofwisselingsaandoeningen, waarbij fructose in de voeding voor problemen zorgt. HFI, erfelijke fructose intolerantie, is een erfelijke aandoening, waarbij het lichaam het benodigde enzym om fructose af te breken in de lever mist. Fructose wordt normaal uit de dunne darm opgenomen, maar in de lever ontbreekt het enzym fructose 1-phosphate aldolase, wat een sleutelrol speelt bij de verdere verwerking van fructose in het lichaam.

Fructose-1-fosfaat opslag

Wanneer het enzym in de lever ontbreekt, wordt het fructose-1-fosfaat in de lever, nieren en dunne darm opgeslagen. Het opgeslagen fructose-1-fosfaat remt de afbraak van glycogeen en de aanmaak van glucose (bloedsuiker). Het gevolg is een zware hypoglycaemie (een sterke daling van de bloedsuikerspiegel) na het eten van fructose. Andere symptomen kunnen zijn: buikpijn en overgeven na het eten van fructose of enkele andere suikers die via hetzelfde enzymsysteem worden afgebroken.

Dieet

De klachten bij kinderen zijn vooral: slechte groei, overgeven, moeizaam drinken, diaree, hypoglycemie, buikpijn, geelzucht, puntbloedingen en een vergrote lever. In de urine komt fructose, syrosine en methionine voor. Kinderen met dit enzym tekort hebben een natuurlijke afkeer van alle zoete voedingsmiddelen. Het dieet bestaat uit een voeding zonder suiker (sacharose) en fructose. Het is een vrij moeilijk dieet waarin ook geen sorbitol is toegestaan omdat dit in fructose wordt omgezet. Hoewel sorbitol geen fructose bevat en maar slecht door het lichaam wordt opgenomen, wordt het opgenomen sorbitol in de lever omgezet tot fructose via de zogenaamde sorbitol-route.

Het veelvuldig eten van fructose kan uiteindelijk de lever- en nierfunctie aantasten, wat uiteindelijk de dood tot gevolg kan hebben. Dit maakt HFI dus tot een ernstige en potentieel gevaarlijk erfelijke aandoening. Dit in tegenstelling tot gewone fructose intolerantie. Het is niet goed aan te geven hoe vaak HFI voorkomt, dit komt met name omdat de diagnose moeilijk te stellen is. De fructose waterstof-ademtest, die gebruikt wordt bij gewone fructose intolerantie, kan HFI niet aantonen.

Fructose malabsorptie

De veel meer voorkomende fructose malabsorptie is vergelijkbaar met lactose intolerantie. In dit geval wordt fructose niet door de dunne darm opgenomen. Normaal gesproken wordt fructose via een speciaal transporteiwit in de darmwandcellen opgenomen. Wanneer dit eiwit niet aanwezig is, komt het niet opgenomen fructose in de dikke darm terecht.

In de darmwand zitten bepaalde transporteiwitten die de opname van suikers regelen. Voor de opname van glucose is de zogenaamde GLUT 5 carrier verantwoordelijk. De verminderde opname van fructose in de darm wordt bij sommige mensen mogelijk veroorzaakt door een lokaal verlaagde productie van het schildklierhormoon. Mensen met een fructose malabsorptie hebben vaak een mineralen gebrek (zink, mangaan, chroom) en een vitamine B tekort (zoals foliumzuur, B6, B12, B2).

Buikpijn , krampen en winderigheid

In de dikke darm wordt het fructose snel gefermenteerd door de daar aanwezige darmflora (darmbacteriën). Hierbij ontstaan zuren en gassen, zoals koolzuurgas en waterstofgas. Deze gassen zorgen voor de problemen, buikpijn, krampen en winderigheid. Diarree komt ook vrij veel voor. Fructose malabsorptie kan erfelijk zijn, maar ook andere factoren kunnen een rol spelen. Het komt veel vaker voor dan HFI; ongeveer 1 op de 3 personen heeft problemen met de opname van kleine suikers, zoals fructose.

Vergelijkbaar met lactose intolerantie en andere koolhydraat/suiker-intoleranties, hebben de meeste mensen geen enkel probleem met kleine hoeveelheden van de suiker(s). De drempelwaarde voor symptomen varieert zeer sterk tussen personen. In het fructosearm dieet wordt de hoeveelheid vaak teruggebracht tot 40 gram per dag. Sommige mensen hebben al klachten bij 1 gram fructose, terwijl anderen probleemloos 20 gram kunnen eten. Dit ligt aan de samenstelling van de darmflora en de opnamecapaciteit van de gassen in het bloed.

Zink en het aldolase enzym

Zink is een onderdeel van het aldolase enzym. Bij een zinktekort is er niet genoeg van het aldolase enzym aanwezig om ervoor te zorgen dat alle fructose snel genoeg worden omgezet in glucose. Het gevolg is dat fructose zich in een bepaalde vorm kan ophopen in het lichaam. Hierdoor kunnen allerlei klachten ontstaan zoals: hoge buikpijn, maagpijn, maagzuur, zure smaak in de mond/keel, brijachtige ontlasting, misselijkheid, opgeblazenheid (door gisting in de dunne en dikke darm), trillen, duizeligheid, lusteloosheid, geel zien, vocht vasthouden, een gezwollen (onder)buik (gisting met grote kans op overgroei van o.a. de candida albicans), jeuk, het gemakkelijk ontstaan van blauwe plekken, krampen, nachtmerries, slaapproblemen, transpireren en frequent plassen, op jonge leeftijd ondergewicht, uitdroging, zwakte, onverklaarbare koorts en verstopping.

Maar ook pijnlijke ogen, wattenhoofd, vermoeidheid en depressie zijn klachten die kunnen ontstaan door ophoping van fructose in het lichaam. Vaak is er ook sprake van absorptie stoornissen in de dunne en dikke darm van andere stoffen zoals aminozuren. Vanwege ontbrekende stoffen zoals het aminozuur tryptofaan, kunnen hormonen en neurotransmitters niet worden gemaakt.

Commentaar NDN

Fructosemalabsorptie komt relatief steeds vaker voor. Het wordt niet beschouwd als een ziekte maar kan enorm vervelende klachten geven. Mensen met ontstekingen zoals bij Colitis Ulcerosa of de ziekte van Crohn (hier is ook vaak sprake van een zink tekort) kunnen baat hebben de hoeveelheid fructose te beperken. De volumetoename van de ontlasting (als gevolg van het osmotische effect van de niet opgenomen fructose) en de gasproductie (als gevolg van de fermentatie van de fructose) kunnen veel klachten geven, waaronder een drukkende pijn. Dit geeft vaak een verhoogd middenrif wat weer benauwdheid veroorzaakt. Een behandeling van het los maken van het middenrif door een osteopaat kan snel verlichting geven.

Volumetoename van de stoelgang kan ook een veranderd motiliteitspatroon opleveren. Fructo-oligosachariden (FOS) zitten in diverse groetensoorten zoals artisjok, asperge, prei, ui, sjalot, knoflook en ook in tarwe. In groenten en fruit zitten belangrijke vezeltypen (zoals cellulose, arabinogalactaan, mannose, galactose, inuline, pectines, fucose, xylose). Vezeltypen die nodig zijn voor o.a. de opbouw van een gezonde darmflora, maar nog veel meer belangrijke functies in het lichaam hebben.

Deze belangrijke vezeltypen noemt men ook wel ‘essentiële suikers’. Belangrijk is dat u samen met een natuurdiëtist zorgvuldig nagaat wat de beste manier is om uw fructose inname te verlagen, zonder de belangrijke vezeltypen uit het oog te verliezen. Daarmee voorkomt u dat er belangrijke ‘essentiële suikers’ uit uw dieet verdwijnen.

Alle cellen in het lichaam beschikken over een ‘netwerkcommunicatie’. Essentiële suikers zijn nodig voor het bevorderen van de communicatie tussen netwerken. Vanwege hun grote verscheidenheid in vorm en aantal zijn er miljoenen verbindingen tussen cellen mogelijk. Juist vanwege de vele configuraties hebben ze de meest specifieke vorm van biologische informatie overdracht en vormen ze ‘suikercodes’.

De essentiële suikers zijn met hun suikercodes het ‘alfabet’ van de cellulaire communicatie. Ze vormen de ‘antennes’ die op de celwanden zitten. Als alle antennes goed werken, vindt er optimale informatieoverdracht plaats tussen cellen en ‘praten’ cellen beter met elkaar. Als gevolg daarvan kunnen allerlei functies beter worden uitgevoerd. Functies als verdediging, herstel en hormoonrespons.

Het schrappen van bepaalde groenten en fruit uit uw dieet die u niet verdraagt op verdenking van een fructosemalabsorptie kunt u het beste doen met hulp van een natuurdiëtist, zodat u voorkomt dat uw ‘netwerkcommunicatie’ op een uitgebluste KPN centrale begint te lijken.

Literatuur en links:

  1. Fructose intolerance common in children with chronic abdominal pain. www.acg.gi.org/media/press.asp
  2. Ramoma. Robinson, MS, RD, Joellen Feirtag, PhD and Joanne L. Slavin, PhD, RD Effects of Dietary
  3. Arabinogalactan on Gastrointestinal and Blood Parameters in Healthy Human Subjects Journal of the American College of Nutrition, Vol. 20, No. 4, 279-285, 2001.
  4. Ganda OP, Soeldner JS, Gleason RE, Cleator IG, Reynolds C. Metabolic effects of glucose, mannose, galactose, and fructose in man. EMBO J. 2000 Jun 15;19(12):2803-12.
  5. Gardiner, Tom et al., “Glyconutritionals: Consolidated Review of Potential Benefits,” GlycoScience & Nutrition (Jul. 2001) 2:15, 1-15.
  6. Emil I. Mondoa, Kitei M. Ballantine Books, Sugars that heal, the new healing science of glyconutrients. New York, 2001 ISBN 0345441060
  7. http://www.wellness-decisions.com/about-glyconutrients.html
  8. www.essentielesuikers.nl
  9. Boek: Eet wat bij je past door Christine Tobback (standaard uitgeverij).
  10. Boek: Eetwaar = eetbaar? Dr. J Kamsteeg ISBN 978 90 230 1114 9

PFD bestand: Fructosegehalte van diverse voedingsmiddelen 2013

Gepubliceerd op 16 mei 2011 op de website van Natuur Diëtisten Nederland